vrijdag 25 april 2008

Visie

Van de week een gesprek gehad over onder meer het risico dat je loopt wanneer je, als je lang op de zelfde stoel zit en je je “wijs” geworden voelt, gemakkelijk sceptisch of soms wel cynisch wordt ten aanzien van “nieuwe”wijsheden die over je worden uitgestort. Daar werd ik gisteravond opnieuw sterk bij bepaald. De PvdA afdeling van Bloemendaal organiseerde een bijeenkomst over bouwen in Bloemendaal en de weerstand die dat vaak oproept. Een van de inleiders, een hoge Haarlemse ambtenaar uit de gemeentelijke bouwsector, hield een betoog over het belang dat er van het begin af aan eensgezindheid is tussen bewoners, projectontwikkelaar en gemeentebestuur. Dat is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Onder bijval van vele anderen merkte iemand op dat het vooral van belang is dat je een visie moet hebben op de ruimtelijke en demografische ontwikkeling van de gemeente zoals die haar weerslag moet krijgen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Maar iemand anders, een goede bekende uit de kringen van ons bekende bezwaarmakers, vond dat je de zorg voor eensgezindheid niet moest beperken tot de drie genoemde partijen: daar horen namelijk ook allen bij die strijden voor het algemeen belang, bij voorbeeld het belang van natuur of milieu of het belang van een goede woonomgeving. Visie hebben en toch je laten leiden door de zorg dat iedereen het met iedereen eens is en blijft. Werd ik daar nou een beetje sceptisch of een beetje cynisch van?
Het oud PvdA raadslid Barend Linders haalde voor mij het venijn eruit: hij liet vergoelijkend een grapje uit kringen van doorknede provincie-ambtenaren horen “Visie is datgene waarvan je tegenstander zegt dat jij het niet hebt.” Voor zover ik cynisch was geworden, heeft Linders me er weer bovenop geholpen. Maar met de dienstbaarheid aan het openbaar belang ben ik nog niet klaar. Ik blijf denken aan de zorgelijke juridische procedures rond het hoofdgebouw van het Provinciaal Ziekenhuis dat steeds verder in verval aan het raken is. Het lijkt erop dat we het gebouw met geen vinger aan mogen raken. Mensen die zich opwerpen voor het monumentaal karakter van dit gebouw hebben jarenlang procedures gevoerd waardoor het de projectontwikkelaar belet werd het gebouw aan te pakken. Steeds meer ging het dak lekken. Repareren mocht niet. In het vochtige klimaat van wegrottend hout op zolder van het Hoofdgebouw ontkiemde zich een heel bijzonder varentje dat ingevolge Europese regelgeving bescherming behoort te genieten. In de Nederlandse tekst van die regelgeving mogen onder deze omstandigheden
a - de voorgenomen bouwkundige ingrepen het voortbestaan van de beschermde soort niet in gevaar brengen;
b - voor die ingrepen geen aanvaardbare alternatieven bestaan
c - en moten die ingrepen dienstbaar zijn aan het algemeen belang.
Met de beide eerste voorwaarden zat het volgens de Haarlemse rechtbank wel goed. Maar volgens haar heeft de Nederlandse wetgever zijn werk niet goed gedaan: in de Franse grondtekst moeten de bouwkundige maatregelen het Europese (communautaire) belang dienen. Alleen het Nederlandse algemeen belang is niet voldoende! En dus zal het hoofdgebouw misschien wel nooit gerestaureerd mogen worden. Vanwege dat varentje. En vanwege de vleermuis en de uil die zich in de stinkende, vochtige, rottende zolderomgeving na al die jaren van gedwongen niets doen zich best thuis voelen.
Algemeen belang? U mag het zeggen!

zaterdag 12 april 2008

Bijzonder openbaar bestuur

Het zal je maar gebeuren. Zonder enige vorm van onderwijservaring voor de klas. Mij overkwam dat afgelopen donderdag – de dag van de leerplicht. Van 9 tot half 10 bij groep 8 en van half 10 tot 10 bij groep 7 zou ik door de leerlingen van de Julianaschool ondervraagd worden over het dagthema Recht op onderwijs. Mijn collega-wethouder voor het onderwijs Thera Wolf (PvdA) is er een ware meester in – zij wel dus – haar collega-wethouders ervan te overtuigen dat het goed is als zij acte de présence geven wanneer er weer eens wat bijzonders is op de scholen of elders voor de jeugd. Ik vond het dit keer ook best spannend. Dat kwam omdat ik mij (laat ik het voorzichtig zeggen) de periode dat de leerplicht op mij zelf van toepassing was, niet als mijn meest glansrijke herinner. Voor mijn ouders en docenten zal hetzelfde wel gegolden hebben…
Het prettige van deze werkdag was dat ons was verteld dat we niets hoefden voor te bereiden want dat hadden de leerlingen wel gedaan. Ik zou bestormd worden met vragen.
Het hoofd der school stelde mij klokslag 9 uur voor aan groep 8. De kinderen hingen aan zijn lippen toen hij deze vreemde meneer introduceerde. Ik maakte van die gelegenheid gebruik om goed rond te kijken: Een tjokvol lokaal met allemaal jongens en meisje in verschillende houdingen en met verschillende dingen bezig onder het luisteren. Heel wat anders dan een gemeenteraad. Toen het hoofd uitgesproken was, trok het zich terug. De juffrouw van de klas ging op een vrij stoeltje zitten en alle ogen werden gericht op kwatta. Stilte. Niks geen vragen. Ik moest ter plekke bedenken wat ik te vertellen had. Het hoofd had me verteld dat de school met een Ghana project bezig was dus het lag voor de hand om een vergelijking te maken tussen onderwijs in een ontwikkelingsland en in onze maatschappij doe zo op ontplooiingsmogelijkheden voor iedereen gericht is. Ik vond het verschrikkelijk moeilijk. Mijn respect voor onderwijsgevenden – als man van een lerares toch al hoog – was na dat halve uur fors gestegen. ‘k Ben benieuwd of er lezers zijn met een kind dat onder mijn gehoor geweest is: ‘k wil graag feedback voor volgend jaar!
Groep 7 was een verademing. Een spervuur van vragen. Of ik wel eens van school gestuurd was, wilde het vriendinnetje van de dochter van collega Wolf weten… (Deze vraag, ervoer ik als een blijk van collegiaal bestuur: ik had het vroegtijdig eind aan mijn gymnasiumcarrière op het ECL ooit aan Thera bekend.) Omdat eerlijkheid in de politiek een basisregel is: Ja, dus. Vervolgvraag: Of dat dan niet in strijd met de leerplicht was? Daar had ik destijds eigenlijk op moeten komen. Onze leerplichtambtenaar Ed Woerdeman, stond mij in dit half uur bij. Omstandig vertelde hij wat er zijnerzijds dreigt als leerlingen spijbelen. Een proces verbaal hoort daar bij. De leerlingen hingen aan zijn lippen. Zijn ervaring als schoolmeester kwam er volop uit. De volgende vraag was weer voor mij. Of de leerplicht ook voor docenten gold? Verontwaardiging toen ik moest ontkennen dat dat het geval was. Daarop volgde wel een heel bijzondere vraag: Als ik es geen zin heb om naar school te gaan en naar een voetbalwedstrijd ga en ik kom op de tribune naast meester te zitten, krijgt hij dan wel een proces van baal?
U begrijpt het: Groep 7 heeft mijn hart gestolen. Daar haalt de gemeenteraad het niet bij!

Victor Bruins Slot